Medische Encyclopedie – Apotheek Numansdorp – Numansdorp

Apotheek Numansdorp

Apotheek Numansdorp

Om u nog beter van dienst te zijn, zijn wij nu ook bereikbaar via internet. U kunt op onze website 24 uur per dag informatie krijgen over geneesmiddelen en gezondheid. Ook hebben wij een uitgebreide zelfzorgwijzer online met advies over het gebruik van vrij verkrijgbare zelfzorgmiddelen bij een aantal veel voorkomende aandoeningen.

contact
Header afbeelding

Afhaaltijden geneesmiddelen

Geneesmiddelen die u vóór 10.00 uur bij de arts hebt aangevraagd, staan de volgende dag na 15.00 uur klaar in de apotheek. Geneesmiddelen die u ná 10.00 uur hebt aangevraagd, staan twéé werkdagen later na 15.00 uur klaar.

Medische Encyclopedie

Medische encyclopedie > Geneesmiddelen zoeken > Geneesmiddelen overzicht > ethinylestradiol en norelgestromine in een pleister

Inhoud

ethinylestradiol en norelgestromine in een pleister

Dit medicijn is een anticonceptiemethode in de vorm van een pleister. De pleister moet men wekelijks vervangen gedurende drie weken. Het bevat de vrouwelijke geslachtshormonen ethinylestradiol en norelgestromine.

Ethinylestradiol is een oestrogeenhormoon en norelgestromine een progestageenhormoon. Oestrogeen- en progestageenhormonen spelen een belangrijke rol bij de vruchtbaarheidscyclus.

De pleister geeft dagelijks een kleine hoeveelheid hormoon af aan het bloed. Deze hoeveelheid is vergelijkbaar met een zogenaamde sub-30-pil. Dit betekent dat deze pleister dagelijks minder dan 30 microgram oestrogeenhormoon aan het bloed afgeeft.

De pleister kan worden gebruikt om zwangerschap te voorkomen. Hierbij wordt het ook wel gebruikt om de menstruatie uit te stellen.

Wat doet ethinylestradiol en norelgestromine in een pleister en waarbij gebruik ik het?

Voorkomen van zwangerschap

Werking
De combinatie van oestrogeen- en progestageenhormonen in de pleister remt de eisprong en voorkomt dat een eicel vrijkomt tijdens de cyclus. Bovendien maken de hormonen de slijmprop in de baarmoederhals moeilijk doordringbaar voor zaadcellen. Ook de binnenkant van de baarmoeder wordt minder geschikt voor het innestelen van een eventueel bevruchte eicel.

Norelgestromine is een nieuw progestageen. Artsen schrijven als eerste keus meestal een anticonceptiepil met een ouder progestageenhormoon voor, zoals levonorgestrel, lynestrenol of norethisteron. Deze oudere progestagenen worden al jaren gebruikt door vrouwen. Wanneer u bijwerkingen ervaart bij gebruik van een oudere pil of wanneer u het lastig vindt om elke dag een pil te slikken, kan uw arts dit medicijn voorschrijven.

Wanneer beginnen
Om zeker te zijn van een betrouwbare anticonceptie moet u de eerste keer beginnen op de eerste dag van de menstruatie. De pleister is dan meteen betrouwbaar. Kies hiervoor de eerste dag dat de menstruatie goed doorzet. Sommige vrouwen hebben namelijk daarvoor een aantal dagen last van licht bloedverlies (‘spotting’).

Als u eerst een andere anticonceptiemethode heeft gebruikt: zie de rubriek ‘Hoe moet ik dit medicijn gebruiken.’

Effect
De betrouwbaarheid van de pleister is vergelijkbaar met de gewone anticonceptiepil. Voor vrouwen die vaak de gewone pil vergeten in te nemen kan het gebruik van de pleister van voordeel zijn. Men hoeft er immers maar één keer per week aan te denken.

De pleister moet wel precies volgens de gebruiksaanwijzing worden gebruikt. Zie hieronder bij ‘Hoe moet ik dit middel gebruiken?’. In de praktijk blijkt slordigheid bij het gebruik de oorzaak van enkele zwangerschappen te zijn geweest. Daarnaast kan de pleistermethode minder effectief zijn bij vrouwen die zwaarder zijn dan 90 kilo.

Lees meer over voorkomen van zwangerschap

Menstruatie uitstellen

U kunt verschillende reden hebben om uw menstruatie uit te willen stellen. Bijvoorbeeld tijdens de vakantie, een sportwedstrijd of vanwege een operatie. Als u de pleister zonder stopweek doorgebruikt, kunt u de menstruatie uitstellen.

Lees meer over menstruatie uitstellen

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Bij sommige vrouwen veroorzaakt dit medicijn bijwerkingen. Als deze bijwerkingen na drie maanden blijven bestaan, is het zinvol met uw arts te overleggen of een andere anticonceptiemethode geschikter voor u is.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Vaginaal bloedverlies buiten de stopweek ('spotting'). U heeft meer kans op 'spotting' als u de stopweek overslaat of als u rookt. De pleister blijft betrouwbaar, als u hem volgens de gebruiksaanwijzing hebt gebruikt. Deze tussentijdse bloedingen gaan meestal binnen drie maanden over. Als u last blijft houden, raadpleeg dan uw arts.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Buikpijn. Als u vooral buikpijn in de stopweek heeft, kunt u de pleister zonder stopweek doorgebruiken. Overleg hierover met uw arts.
  • Hoofdpijn of migraine. Dit verdwijnt meestal binnen 3 maanden. Als u vooral hoofdpijn in de stopweek heeft, kunt u de pleister zonder stopweek doorgebruiken. Overleg hierover met uw arts.
  • Misselijkheid en zeer zelden braken. De misselijkheid verdwijnt meestal binnen 3 maanden.
  • Gevoelige of pijnlijke borsten en zeer zelden afscheiding uit de borsten en groter worden van de borsten. Meestal heeft u binnen 3 maanden geen last meer van gevoelige of pijnlijke borsten.
  • Gewichtstoename of zeer zelden gewichtsafname. Het is onduidelijk of dit door de anticonceptielpleister komt. Mogelijk wordt u zwaarder doordat u meer vocht vasthoudt.
  • Stemmingsveranderingen, zoals sneller geïrriteerd, nervositeit of depressie. Als u dit merkt, neem dan contact op met uw arts.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Irritatie op de plaats waar de pleister is geplakt. Als u dit onaangenaam vindt kunt u een nieuwe pleister op een andere plaats plakken, die dan tot de gebruikelijke vervangdag blijft zitten. De oude pleister kunt u niet opnieuw gebruiken en moet worden weggegooid.
  • Wegblijven van de menstruatie. Als u een keertje geen menstruatie krijgt, is dat niet erg, als u de pleister volgens de gebruiksaanwijzing heeft gebruikt. U kunt gewoon op de normale begindag starten met een nieuwe pleister. Blijft bij u de menstruatie twee keer na elkaar weg? Controleer dan of u zwanger bent. Het zou kunnen ook zijn dat de pleister geheel of gedeeltelijk heeft losgelaten zonder dat u het heeft gemerkt. In deze situatie kan de betrouwbaarheid van de pleister zijn verminderd. Controleer dan of u zwanger bent. U kunt een zwangerschapstest uitvoeren als u nog maar een paar dagen over tijd bent. Neem contact op met uw arts voor advies.
  • Meer of minder zin in vrijen. De hormonen in de pleister kunnen invloed hebben op uw zin in seks. Als u hier problemen mee heeft, overleg dan met uw arts.
  • Oogirritatie bij het dragen van contactlenzen. Wanneer u hier veel last van heeft, raadpleeg dan uw arts.
  • Meer vaginale afscheiding. Neem contact op met uw arts, als u hier last van heeft.
  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag en galbulten. Dit kan zich ook uiten in 'angio-oedeem': een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als dit ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. U mag dit soort middelen in de toekomst dan niet meer gebruiken. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of een ander oestrogeenhormoon niet opnieuw krijgt.
  • Trombose, waarbij een bloedstolseltje een bloedvat kan afsluiten. Dit gebeurt meestal in een been, soms komt het bloedstolsel in de longen terecht. U kunt trombose herkennen aan een dikke, harde, rode en pijnlijke plek op het been, soms aan pijn in de kuit en een zwaar gevoel in het been, zelden aan plotseling optredende kortademigheid, soms met pijn of het ophoesten van bloed. Waarschuw in deze gevallen onmiddellijk een arts, of ga meteen naar de Eerste-Hulpdienst. De kans op trombose is het grootst in het eerste jaar dat u dit medicijn gebruikt.
    Vrouwen ouder dan 35 jaar, die roken, een hoge bloeddruk, te veel cholesterol in hun bloed of overgewicht hebben, lopen meer risico. Ook bestaat er een erfelijk bepaalde aanleg voor trombose (factor 'V Leiden'). Als u eerder trombose heeft gehad, kunt u deze anticonceptiepleister niet gebruiken. Als in uw familie trombose voorkomt, overleg dan met uw arts.
    Overleg ook met uw arts als u een operatie moet ondergaan, enige tijd bedrust moet houden of niet mag lopen. De kans op trombose kan dan tijdelijk verhoogd zijn.
  • Hart- en vaataandoeningen, zoals meer kans op een hartaanval of een beroerte. De kans hierop is groter bij mensen die al meer risico lopen op hart- of vaataandoeningen. Zoals bij mensen die al eerder een hartaanval of beroerte hebben gehad. En mensen met perifeer arteriaal vaatlijden, zoals etalagebenen of een vernauwing of afsluiting van de beenslagader. Overleg met uw arts voor u dit medicijn gaat gebruiken. Mogelijk kan uw arts u een andere medicijn voorschrijven.
  • Borstkanker. Het risico op borstkanker is iets hoger, dan bij vrouwen die geen hormonen gebruiken. Bij vrouwen boven de vijftig neemt het risico op borstkanker toe. Vandaar dat het gebruik van de anticonceptiepleister wordt afgeraden boven de vijftig. Bij vrouwen die borstkanker hebben of hebben gehad, kan de tumor groeien of terugkomen door het gebruik van dit middel. U kunt dit middel daarom beter niet gebruiken. Overleg met uw arts over een mogelijk alternatief. Het risico verdwijnt binnen 10 jaar na staken met de pleister.
  • Baarmoederhalskanker. Het risico op baarmoederhalskanker is iets hoger dan bij vrouwen die geen hormonen gebruiken. Het risico verdwijnt binnen 10 jaar na staken met de pleister.
  • Galstenen, leveraandoeningen of alveesklierontsteking. De galstenen zelf zijn vaak pijnloos, een enkele keer ontstaat er een galblaaskoliek. U merkt dit aan hevige pijnaanvallen in de bovenbuik. Waarschuw dan een arts. Een leveraandoening of alvleesklierontsteking merkt u aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw dan een arts. Mensen met een hoog vetgehalte in het bloed (hyperlipidemie) hebben meer risico op een alvleesklierontsteking. Overleg hierover met uw arts.
  • Als u acute porfyrie heeft, een stofwisselingsziekte waarbij men aanvallen krijgt van buikpijn, braken, koorts en hartkloppingen: dit medicijn kan een aanval uitlokken. Geef aan de apotheker door dat u acute porfyrie heeft. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of andere uitlokkende medicijnen niet krijgt.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van een van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik ethinylestradiol en norelgestromine in een pleister gebruiken met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Tamoxifen en fulvestrant (anti-oestrogenen) en anastrozol, exemestaan en letrozol (aromatase-remmers) die gebruikt worden bij bepaalde vormen van borstkanker. Deze middelen en ethinylestradiol kunnen elkaars werking tegengaan. Overleg met uw arts.
  • Lamotrigine, een medicijn tegen epilepsie. De hoeveelheid hiervan in uw bloed kan afnemen. U kunt beter een andere vorm van anticonceptie kiezen. Overleg met uw arts.
  • Sommige medicijnen tegen hiv en hepatitis C. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.

De volgende medicijnen verminderen ook de betrouwbaarheid van de pleister. Mogelijk vervangt uw arts het medicijn. Of misschien krijgt u een ander anticonceptiemiddel, zoals een spiraaltje of de prikpil. Als dit niet mogelijk is, kunt u condooms gebruiken. Als u stopt met het medicijn is het effect op de hormonen nog vier weken aanwezig. Gebruik daarom condooms tijdens en tot en met vier weken na het stoppen van dit medicijn.

  • Medicijnen tegen epilepsie, zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, oxcarbazepine, perampanel, primidon, rufinamide en topiramaat.
  • Modafinil, een medicijn dat gebruikt wordt bij narcolepsie (plotselinge slaapaanvallen).
  • Medicijnen tegen tuberculose rifampicine en rifabutine.
  • Sint-janskruid (hypericum), een middel gebruikt bij depressie.
  • Medicijnen tegen misselijkheid en braken aprepitant en fosaprepitant.
  • Bosentan, een medicijn dat wordt gebruikt bij pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige vorm van hoge bloeddruk in de longen. Omdat bosentan schadelijk kan zijn voor de ongeboren baby is het extra belangrijk om zwangerschap te voorkomen.
  • Griseofulvine, een antischimmelmiddel.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden, alcohol drinken en alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Gebleken is dat het gebruik van de anticonceptiepil gedurende de eerste maanden van een eventuele zwangerschap geen kwaad doet aan de baby. Verwacht wordt dat dat bij de pleister hetzelfde is.

Borstvoeding
Vanaf 6 weken na de bevalling kunt u deze pleister veilig gebruiken tijdens het geven van borstvoeding. De hormonen uit deze pleister komen in een zeer kleine hoeveelheid in de moedermelk. Dit is waarschijnlijk niet schadelijk voor de baby. Over het gebruik tot 6 weken na de bevalling is nog te weinig bekend. Gebruik tot 6 weken liever een ander voorbehoedmiddel, zoals condooms.

Door de hormonen uit deze pleister kan de borstvoeding iets teruglopen. Overleg hierover met uw arts. Mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een anticonceptiemiddel met alleen progestageenhormoon, zoals de minipil met desogestrel. Dit anticonceptiemiddel beïnvloedt de aanmaak van moedermelk niet. Na het stoppen van de borstvoeding kunt u weer overstappen naar de pleister. Overleg hierover met uw arts.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek of in de bijsluiter.

Hoe?

  • Haal de pleister uit het beschermende zakje en gebruik de pleister dan meteen.
  • Breng de pleister aan op een droog, onbehaard, niet beschadigd huidgedeelte van buik, bil, buitenkant bovenarm of de romp, maar niet op de borsten. Druk de pleister stevig vast, zodat de gehele pleister goed vastzit aan de huid.
  • Controleer elke dag of de pleister nog goed vastzit. Gebruik op het gekozen huidgedeelte geen lotion, crème, make-up, poeder of andere medicijnen. Dit vergroot de kans op loslaten van de pleister.
  • Na een week is de pleister uitgewerkt en moet een nieuwe pleister worden geplakt. Gebruik hiervoor een ander huidgedeelte, eventueel naast de eerder gekozen plek, om irritatie door de pleister te voorkomen.
  • Spoel de gebruikte pleister NIET weg door de WC of gootsteen, maar plak de pleister dubbel met de kleeflaag naar binnen en stop hem weer in het afsluitbare zakje. Lever deze in bij de apotheek of doe de pleister bij het klein chemisch afval. Zorg er voor dat kleine kinderen er niet bij kunnen komen.
  • Na drie weken volgt een pauze van zeven dagen. Tijdens deze pauze zal een bloeding optreden die lijkt op een menstruatie.

Wilt u uw menstruatie uitstellen? Breng dan na het verwijderen van de derde pleister direct een nieuwe pleister aan, zonder stopweek. Ga door met het gebruik van de pleisters zonder stopweek, zolang u de menstruatie wilt uitstellen. U kunt de menstruatie maximaal 1 jaar uitstellen. Zie ook Menstruatie uitstellen op Thuisarts.nl.

Laat een pleister geheel of gedeeltelijk los?
Als de periode dat de pleister los zat minder dan 24 uur is: druk de pleister opnieuw goed aan op dezelfde plaats. Als de pleister niet langer kleeft: plaats een nieuwe pleister. Breng nooit tape of verband aan over de pleister om hem beter te laten plakken. Vervang de pleister op de gebruikelijke vervangdag. De methode blijft dan betrouwbaar.

Als de periode dat de pleister los zat meer is dan 24 uur of als u niet weet hoe lang de pleister los zat:het advies is afhankelijk van de week waarin de pleister heeft losgelaten:

  • Laat de pleister los in de eerste week: plak direct een nieuwe pleister. Gebruik daarbij een week lang condooms. Als u gemeenschap heeft gehad in de vijf dagen voor de dag dat anticonceptiepleister losliet of in de zeven dagen daarna, ga dan naar de apotheek voor de morning-afterpil.
  • Gebeurt dit in de tweede week: plak direct een nieuwe pleister. Gebruik daarbij een week lang condooms.
  • Wanneer dit in de derde week gebeurt: kunt u twee dingen doen.
    • plak direct een nieuwe anticonceptiepleister en laat deze zeven dagen zitten. De pleister blijft zo veilig.
    • las direct een pauzeweek in, door de anticonceptiepleister helemaal te verwijderen. Begin na zeven dagen weer met een nieuwe pleister. De pleister blijft zo veilig.

Wanneer?
Noteer de dag waarop u begint, bijvoorbeeld woensdag. Noem dit dag één. Op de achtste en vijftiende dag (woensdagen) vervangt u de pleister door een nieuwe. Op dag 22 (woensdag) haalt u de laatste pleister eraf en begint de stopweek. Na precies een week (ook op woensdag) begint u weer met een nieuwe cyclus van drie pleisters.

Om zeker te zijn van een betrouwbare anticonceptie, moet u de eerste keer de pleister aanbrengen op het volgende moment:

  • als u voorafgaand GEEN andere anticonceptie met hormonen heeft gebruikt: op de eerste dag van de menstruatie de eerste pleister aanbrengen. Als u later begint dan na de eerste dag van de menstruatie: gebruik de eerste zeven dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom.
  • als u voorafgaand een gewone anticonceptiepil heeft gebruikt: op de eerste dag van de bloeding de eerste pleister aanbrengen. Als u later begint dan na de eerste dag van de bloeding: gebruik de eerste zeven dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom.
  • als u voorafgaand de minipil heeft gebruikt: u kunt op elk gewenst moment overschakelen op de pleister. Gebruik de eerste zeven dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom.
  • als u voorafgaand de prikpil of het implantatiestaafje heeft gebruikt: u kunt de pleister aanbrengen op de dag dat u anders de prikpil zou krijgen of op de dag dat het implantatiestaafje is verwijderd. Gebruik de eerste zeven dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom.
  • na een bevalling: meestal zal de arts u adviseren eerst een gewone menstruatie af te wachten, voordat u met de pleister kunt beginnen. In sommige gevallen kan ook eerder worden begonnen. Vraag advies aan uw arts.
  • na een miskraam of abortus: vraag advies aan uw arts.

Hoe lang?
U mag één pleister maximaal één week achtereen dragen. Daarna moet de pleister worden vervangen of begint de pleistervrije week.

Als u rookt is het verstandig om rond uw 35ste levensjaar een andere methode van anticonceptie te kiezen. U heeft dan een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Als u niet rookt, kunt u de anticonceptiepleister ook na uw 35ste levensjaar doorgebruiken. Er is geen reden te stoppen als u de anticonceptiepleister al jaren achtereen gebruikt, behalve als u zwanger wilt worden.

Bent u ouder dan vijftig, dan heeft u kans dat u in de overgang bent. Wilt u weten of dit het geval is? Stop dan met het gebruik van de anticonceptiepleister en kijk of u nog menstrueert. Als de menstruatie niet meer komt, weet u dat u in de overgang bent. Misschien merkt u dit ook aan opvliegers, zweetaanvallen en een droge pijnlijke vagina. Deze klachten worden door het gebruik van de anticonceptiepleister onderdrukt, dus u zou deze pleister daarvoor kunnen gebruiken. Beter is het om speciale hormonen tegen overgangsklachten gebruiken. Deze bevatten namelijk minder sterke vrouwelijke geslachtshormonen. Overleg met uw arts hierover.

« Terug naar het overzicht